Monitor gezondheidsrisico’s in elke levensfase
Elke levensfase van een melkkoe kent potentiële gezondheidsrisico’s die de algehele melkproductie kunnen beïnvloeden. Het herkennen van deze fasespecifieke risico’s, zoals luchtwegproblemen bij kalveren en stofwisselingsziektes bij lacterende koeien, is een uitdagende taak. Door 24/7 monitoren van kalf tot koe is proactieve zorg mogelijk en kan de gemiddelde melkproductie per koe per jaar worden geoptimaliseerd.
Melkproductie per koe verbeteren door monitoring
• Kalveren: In de eerste weken zijn kalveren vatbaar voor ziektes zoals diarree en longontsteking. Deze aandoeningen kunnen tot verliezen leiden en de toekomstige melkproductie beïnvloeden. Door de gezondheid van kalveren nauwlettend te monitoren, is vroegtijdige behandeling mogelijk en kunnen ze uitgroeien tot gezonde vaarzen die later bijdragen aan een hogere gemiddelde melkproductie per koe.
• Vaarzen: Als vaarzen opgroeien, wordt reproductieve gezondheid belangrijk. Ziektes zoals bovine virale diarree (BVD) en infectieuze bovine rhinotracheïtis (IBR of koeiengriep) kunnen de vruchtbaarheid beïnvloeden, waardoor de eerste afkalving van een vaars wordt vertraagd en de winstgevendheid en haar toekomstige melkproductie per dag negatief worden beïnvloed. Door monitoring blijven vaarzen gezond en klaar voor een productieve lactatieperiode.
• Lactatie: Lacterende koeien lopen het risico op mastitis, ketose en melkziekte. Als dergelijke ziektes niet in een vroeg stadium worden ontdekt, kan de melkopbrengst snel verminderen. Realtime monitoringtechnologie helpt bij het identificeren van subklinische tekenen van deze aandoeningen, waardoor je tijdig kunt ingrijpen en de melkproductie op peil blijft.
• Transitie: Tijdens de transitieperiode zijn koeien vatbaar voor ziektes die hun volgende lactatie kunnen beïnvloeden. Problemen zoals metritis en opgehouden nageboortes kunnen de terugkeer naar de dagelijkse piekmelkproductie vertragen. Door proactief in te grijpen met monitoring kunnen melkveehouders zorgen voor een soepele transitie naar lactatie en daarbij een stabiele melkproductie per koe.